4. Hoe herken ik suïcidaal gedrag onder de doelgroep?

Een meisje dat rondloopt met suïcide ideeën, zal hier meestal boodschappen of waarschuwingssignalen over af geven in haar omgeving. (Kerkhof, 2010; Suïcide preventiewerking van de Centra Geestelijke gezondheidszorg, 2010). Belangrijk is dat deze signalen op tijd worden opgepakt. Op school, het buurthuis, in de moskee of op andere plekken waar meiden komen, kunnen deze signalen worden opgepakt door de professionals en vrijwilligers die daar aanwezig zijn. Denk aan een docent, jongerenwerker of leerlingenbegeleider maar ook de begeleiderster van de naailes, een vrijwilligster in een moedercentra of een imam.

Verbale signalen

Er wordt bijvoorbeeld gesproken over de dood of zelfs gedreigd met zelfmoord (Kerkhof, 2010). Ook kan het zijn dat een meisje verhalen schrijft over zelfmoord in een dagboek of op internet (Jongin, 2010)

Voorbeelden zijn van boodschappen zijn zinnen zoals:

  • “Ik maak er een einde aan"
  • "Jullie zullen me nog missen"
  • "Ik wou dat ik dood was" (Suïcide preventiewerking van de Centra Geestelijke gezondheidszorg, 2010).

Er kunnen ook indirecte signalen worden afgegeven: boodschappen die wijzen op een negatieve kijk op zichzelf, de omgeving en de toekomst. Voorbeelden zijn:

  • "Ik kan niet meer"
  • "Ik zie het niet meer zitten"
  • "Ik zou willen slapen en nooit meer wakker worden"
  • "Niemand kan mij helpen"
  • "Ik ben voor niets goed"
  • "Ik ben een hopeloos geval" (idem).

Signalen in het gedrag

Er zijn diverse signalen in het gedrag te herkennen. Deze volgende signalen gelden voor meiden uit doelgroep maar ook voor anderen (Centra Geestelijke gezondheidszorg, 2010; Kerkhof, 2010, Jongin 2010):

  • gevoelens van hopeloosheid, wanhoop en / of somberheid
  • slaapproblemen
  • piekeren
  • plotselinge veranderingen. Denk bijvoorbeeld aan verslechtering van prestaties, vaker afwezig zijn, slecht huiswerk, slechte concentratie, spijbelen of zitten slapen of suffen en agressiever en vervelender gedrag tegenover andere jongeren
  • verwaarlozing van zichzelf
  • (plotselinge) huilbuien
  • geen trek in eten, veel afvallen en / of eetproblemen
  • weglopen van huis
  • afzondering
  • alcohol en drugsgebruik
  • roekeloos gedrag
  • vechtpartijen

Signalen rondom eer

Meiden van Turkse, Marokkaanse of Hindoestaanse afkomst die suïcidaal gedrag vertonen, hebben meestal problemen of conflicten met hun familie. Deze problemen hebben vaak te maken met familie-eer: er kan sprake zijn van eergerelateerd geweld (van Bergen, 2009). Om suïcidaal gedrag onder meiden van Turkse, Marokkaanse of Hindoestaanse afkomst op tijd te kunnen signalen is het daarom ook van belang om oog te hebben op problemen in de familiesfeer en eergerelateerd geweld. Hieronder wordt omschreven hoe je deze problemen kan herkennen.

In een cultuur waar de zedelijke familie – eer voorop staat, is de eer geschonden wanneer mensen in de gemeenschap (denk aan de buurt, de school, de wijk) het volgende over een meisje beweren (Bakker & Felten, 2009):

  • Dat zij een hoer of een slet is
  • Dat zij op vrouwen valt en / of hier seks mee heeft, dat zij lesbisch of biseksueel is.
  • Dat zij stiekem verkering heeft met een jongen.
  • Dat zij zich onzedelijk kleedt
  • Dat zij uitgaat in cafés, discotheken en / of daar omgaat met jongens

Wanneer deze roddels in een buurt of op een school wordt gesignaleerd, is het belang om te beseffen dat dit eergerelateerd geweld tot gevolg kan hebben (Bakker, 2009). Meiden die te maken hebben met eergerelateerd geweld of de dreiging daarvan, kunnen de volgende signalen afgeven (Bakker, 2009):

  • Achtedocht
  • Onzekerheid
  • Verwardheid
  • Schichtig reageren
  • Apathie
  • In zichzelf gekeerd zijn
  • Zich afsluiten van de buitenwereld
  • Opgehaald worden door broers, vader of andere mannelijke familieleden
  • Plotselinge gedragsverandering: bijvoorbeeld zeer kuis gaan kleden of niet meer met jongens omgaan