3. Waarom vertonen deze meiden suïcidaal gedrag?

Waarom een meisje suïcidaal gedrag vertoont is een complexe vraag. Het gaat om een mix van zowel individuele factoren als culturen factoren. Veel factoren zijn vergelijkbaar met die van autochtone meiden. Maar er zijn er ook een aantal duidelijke verschillen.

Hieronder worden verschillende problemen benoemd die ten grondslag kunnen liggen aan het suïcidaal gedrag van meisjes met een Turkse, Marokkaanse of Hindoestaans achtergrond. Deze problemen zijn vaak met elkaar verweven en kunnen op elkaar stapelen.

Psychiatrische aandoeningen zoals depressie

Suïcidaal gedrag kan:

  • een symptoom zijn van een psychiatrische aandoening zoals een depressie.  Het kan natuurlijk ook gaan om een stoornis in de afhankelijkheid van middelen, een persoonlijkheidsstoornis en / of psychotische stoornis (Kerkhof, 2010c).
  • het gevolg zijn van een psychiatrische aandoening, zoals een depressie (Kerkhof, 2010c).

Een depressie is aanhoudende sombere stemming en/of lusteloosheid. Het kan zich op verschillende manieren uiten. Een meisje dat lijdt aan een depressie heeft vaak de neiging om zich te isoleren, huilt meestal vaak of het gevoel te willen huilen, piekert veel, heeft gevoelens van wanhoop en kan geen besluiten meer nemen. Op school nemen de prestaties vaak zienderogen af. Maar wát voor klachten meiden presenteren en hoe ze dat doen, wordt onder andere beïnvloed door de culturele achtergrond van meiden. Voor meiden uit de meer traditionele kringen is er vaak sprake van schaamtegevoelens waardoor meiden hun klachten niet durven uiten. De drempel om lichamelijke klachten die voorkomen uit de depressie te melden is dan vaak lager. In veel Marokkaanse, Turkse als Hindoestaanse kringen is het ook gebruikelijker om depressieve klachten op deze manier te uiten dan in het praten over psychische gemoedstoestand.

Soms kan er een algeheel sterke neiging zijn bij een meisje tot terugkerende wanhoop, hopeloosheid en suïcidaliteit; deze meiden hebben een langdurige kwetsbaarheid voor suïcidaliteit (idem). 

Gebrek aan eigenwaarde en zelfvertrouwen

Sommige mensen reageren op tegenslagen door suïcidaliteit, terwijl anderen nooit op deze manier zullen reageren. Suïcidaliteit kan daarmee beschouwd worden als een persoonlijkheidskenmerk (Kerkhof, 2010). 

Er zijn een aantal persoonlijkheidsdimensies die belangrijk zijn in de aanloop van suïcidaal gedrag. Het gaat onder andere om eigenschappen zoals:

  • hulpeloosheid en een gebrekkig probleemoplossend vermogen
  • gebrekkige affectregulatie: moeilijk kunnen omgaan met name heftige emoties zoals pijn en woede
  • impulsiviteit: eerst doen, dan denken.
  • dichtoom denken: denken in alles of niets termen
  • perfectionisme: wat onder andere betekent dat je van jezelf niet mag falen
  • rigiditeit: starheid
  • overgeneraliseren: als er iets mis gaat dingen denken zoals ‘Mij zit het nooit mee!’ of ‘Niemand vind mij aardig!”

 

Deze eigenschappen hanger uiteraard met elkaar samen (idem.) Bij meiden van Turkse, Marokkaanse of Hindostaanse afkomst die een suïcidepoging doen speelt een gebrek aan eigenwaarde en een laag zelfbeeld vaak een rol (van Bergen, 2009). Dit kan het gevolg zijn van een opvoeding waarin ze niet gekoesterd of gestimuleerd werden. Meiden hebben te maken met een gevoel niet geliefd te worden, alleen te zijn, niet begrepen te worden (van Bergen, 2009). Ook bij zelfbeschadiging gaat het vaak om meisjes die door alle problemen, vooral in de thuissituatie, het zelfbeeld en zelfvertrouwen onder druk te staat (Boedjarath & Ferber, 2010).

Bedreigde belangen

Suïcidaliteit kan een reactie zijn op bedreigde belangen (Kerkhof, 2010c). Bekend uit onderzoek is dat de meiden van Turkse, Marokkaanse en Hindoestaanse meiden die een zelfmoordpoging hebben gedaan vaak sterk gebonden waren thuis aan regels en normen en geen toekomst vooruitzichten meer zagen. Bij meiden kan er dan er een opeenstapeling van conflicten en spanningen ontstaan waardoor de situatie niet meer is uit te houden (Krikke et al. 2000). Een meisje kan dan een suïcide poging doen vanuit twee motieven, beide motieven zijn tegelijkertijd mogelijk:

  • appèl-motief: een meisje doet een suïcide poging om anderen te mobiliseren in de hoop dat zij zullen helpen de situatie te veranderen Krikke et al. 2000).
  • interruptie-motief: een meisje doet een suïcide poging omdat er een wens is om tijdelijk aan een ondraaglijk gevoel te ontsnappen (idem). De poging is vooral ingegeven door de wens het denken en voelen te stoppen, en de uitkomst wordt aan het lot overgelaten (Kerkhof, 2010c).

Soms is een meisje dwangmatig aan het piekeren over suïcide: hierdoor kan het gevoel ontstaan dat deze dwangmatig gedachten alleen te stoppen zijn door daadwerkelijk suïcide te plegen (idem).

Zelfbeschadiging is soms moeilijk te onderscheiden van een suïcide poging (Ferber 2010). Bij zelfbeschadiging is een meisje op dat moment net als bij suïcide ook niet in staat om te gaan met ondraaglijke gevoelens (Boedjarath & Ferber, 2010). Zelfbeschadigend gedrag kan ook een communicatieve betekenis hebben. Daarom wordt (onbewust) een positieve of negatieve reactie bij anderen uitgelokt. Het is dan te beschouwen als een cry for help (Boedjarath & Ferber, 2010). Hiermee hopen meiden hun omgeving direct wakker te schudden. Het is opvallend dat de directe aanleiding tot zelfbeschadiging bij allochtone meisjes vaak ligt in ogenschijnlijke niet dramatische zaken, zoals het niet mogen uitgaan, een ruzie met hun vriendin of familielid of slechts schoolprestaties (Boedjarath & Ferber, 2010).

Onverenigbare eisen vanuit cultuur ouders en Nederlandse cultuur

Voor ouders van migrantenafkomst kan het opvoeden van een kind in een multiculturele samenleving soms een moeilijke opgave zijn. De ouders van de meisjes en jonge vrouwen die een zelfmoordpoging hebben gedaan uit het onderzoek van Diana van Bergen (2009) wisten niet goed hoe ze hun kind in de Nederlandse samenleving moesten opvoeden. Het gevolg was dat zij de controle op hun dochter verscherpten (van Bergen, 2009).

Bij meer ouders lijkt dit gebeuren: er ontstaat een migratiecultuur die rigider is dan de cultuur in de streek van herkomst (Meurs & Gailly, 1999). Veel meisjes van Turkse, Marokkaanse en Hindoestaanse afkomst moeten rekening houden met deze cultuur maar ook met de Nederlandse cultuur: deze culturen sluiten zeker niet altijd goed op elkaar aan (Krikke, 2000; Krikke 2003). Er is de druk om mee te doen met leeftijdgenoten en om er bij te horen. En ouders stellen soms bepaalde eisen die lijnrecht ingaan tegen de verwachtingen van de buitenwereld (Boedjarath & Ferber, 2010). De ouders verwachten dat hun kinderen, ondanks het feit dat ze opgroeien in de Nederlandse samenleving, trouw zullen blijven aan hun eigen culturele waarden, normen en zeden (Boedjarath & Ferber, 2010). Dit terwijl veel meiden emanciperen en de normen, waarden en zeden van huis uit op een veel individuelere manier oppakken: meiden emanciperen, maar hun ouders gaan niet altijd mee in deze ontwikkeling (Brenninkmeijer et al. 2009) Op deze manier ontstaan er onverenigbare eisen vanuit de cultuur van de ouders en vanuit de Nederlandse cultuur (Krikke 2000).

Gebrek aan keuze – en bewegingsvrijheid

Meiden en jonge vrouwen die een zelfmoordpoging hadden gedaan hebben vaak weinig te zeggen gehad over de belangrijke zaken in hun eigen leven. Denk aan huwelijk, relatievorming, echtscheiding, seksualiteit, gezinsvorming, school en werk. Bijvoorbeeld: je ouders wensen te bepalen welke opleiding je volgt, met welke jongens jij omgaat, wie je vriendinnen zijn en met wie jij trouwt. Deze keuzes noemen we strategische levenskeuzen (Bergen, 2009). Over deze belangrijke keuzes hebben meiden soms weinig in te brengen terwijl ze dat juist graag wel willen. Bijvoorbeeld:

  • Een meisje wil trouwen met de man van haar dromen maar haar ouders vinden dat niet goed
  • De ouders en familie van het meisje willen dat ze gaat trouwen met een kandidaat die zij hebben uitgekozen maar het meisje wil dat niet (huwelijksdwang)
  • Een meisje komt er achter dat ze op meiden valt maar lesbische identiteit, seksualiteit en relaties zijn volledig taboe in de gemeenschap waarin zij opgroeit.

Het gebrek aan keuze- en bewegingsvrijheid voor meisjes en jonge vrouwen van Turkse, Marokkaanse en Hindoestaanse afkomst is een groot probleem. Met name de omgang met jongens wordt vaak door ouders beperkt (Salverda, 2004). Dit kan leiden tot grote ontevredenheid bij meiden. Depressieve en / of suïcidale gevoelens kunnen hierdoor ontstaan.

Dreiging van de schending van de familie-eer

In veel traditionele en patriarchale culturen, is een van de belangrijkste bronnen voor conflicten in de opvoeding, is de zogenaamde familie-eer. Het hooghouden van de familie-eer is van groot belang in onder andere bepaalde behoudende Turkse, Marokkaanse en Hindoestaanse gemeenschappen. Het komt ook voor in bijvoorbeeld Afghaanse, Irakese, Koerdische, Syrische en Pakistaanse gemeenschappen. Maar er zijn uiteraard ook families en gezinnen uit al deze landen die geen onderdeel zijn van deze gemeenschappen en waarin de familie-eer veel minder een rol speelt.

Het is voor ouders in de gemeenschappen waarin familie-eer van belang is, essentieel dat hun dochter zich houdt aan de groepscodes en normen van de gemeenschap. Zodra een meisje in de pubertijd komt, wordt haar vrijheid minder. Vanaf dan moeten zij onberispelijk gedrag vertonen. Dat betekent dat meisjes tot hun huwelijk maagd moeten blijven, maar zich ook ‘netjes’ kleden en gedragen en geen contact met jongens hebben. Lesbische relaties en seksualiteit zijn nog meer taboe. In veel gevallen is het de meiden niet duidelijk waarom de ouders vrij plotseling zulke strenge regels hanteren.

Veel meiden hebben er last van dat de ogen van de familie en de gemeenschap non-stop op hen zijn gericht. Meiden moeten altijd uitkijken voor roddel: een roddel kan al voldoende zijn om de familie-eer te schaden en hen een slechte naam bezorgen. Wanneer een ongehuwd meisje met een jongen op straat loopt, zullen anderen uit de gemeenschap haar hierop aan spreken en zelfs berispen. Vooral de broers en vaders wonen aangesproken door leden van de gemeenschap als meiden zich niet aan de regels houden. Om te voorkomen dat een meisje een misstap zet die de eer schendt, nemen families soms strenge maatregelen. Denk aan strenge controle en vrijheidsbeperking maar ook aan mishandelen, uithuwelijken of opsluiten. Dit zijn vormen van eergerelateerd geweld.

Wanneer de familie-eer wordt geschaad, bijvoorbeeld omdat er geroddeld wordt dat een meisje ontmaagd is, kan een familie uit de hele gemeenschap worden gestoten. De familie wordt zo door de gemeenschap onder druk gezet om familie-eer te herstellen. De familie kan de eer herstellen door het meisje op te sluiten, te mishandelen, te verstoten, in het land van herkomst achter te laten of uit te huwelijken. Ook dit zijn allemaal vormen van eergerelateerd geweld. De meeste extreme vorm van eergerelateerd geweld is moord, ook wel eermoord of eerwraak genoemd. We spreken van eerwraak als het meisje vermoord wordt door haar familie om de familie-eer te herstellen. Ook kan het zijn dat haar geliefde (vriendje of vriendinnetje) die niet door de familie wordt geaccepteerd als huwelijkskandidaat, bedreigd wordt met de dood en / of vermoord wordt. Ook dit noemen we dan eerwraak (Krikke et al. 2000; Bakker, 2005; Boedjarath & Ferber, 2010; Bakker & Felten, 2007; Simsek, 2006; Ermers 2007; Brenninkmeijer, 2009; Descheemaeke et al., 2010).

Meiden die in de knel komen door familie-eer en / of die te maken hebben met eergerelateerd geweld, kunnen suïcidaal gedrag vertonen om op deze manier uit hun situatie te ontsnappen. Ook kan het een manier zijn om de blaam op de familie te zuiveren: doordat het meisje dat de familie – eer heeft geschaad, haar leven ontneemt, wordt de familie-eer hersteld.

Conflict en verzet

Meiden van nu leggen zich niet zomaar neer bij de beperking van de bewegings -en vrijheidbeperking die hen wordt opgelegd. Ze ontwikkelde strategieën in het geheim, soms in samenwerking met een zus of nichtje die hen alibi verzorgden (van Bergen 2009). Stiekem activiteiten ondernemen buiten de deur of zelfs daten of een relatie in het geheim, komt veel voor onder meisjes waar de familie-eer belangrijk is (Sterckx & Bouw, 2005; Salverda, 2005; Brenninkmeijer et al. 2009; Salverda 2010). Vooral onder meisjes en jonge vrouwen van Marokkaanse en Hindoestaanse achtergrond lijkt stiekem gedrag veel voor te komen (Brenninkmeijer et al. 2009). Stiekem gedrag is niet zonder risico’s in: het maakt je kwetsbaar voor roddel en chantabel door anderen. Als het uitkomt, kan een meisje thuis met grote conflicten te maken krijgen.

Het stiekeme gedrag van deze meisjes is te beschouwen als verhuld verzet tegen de regels waar meisjes aan zijn gebonden (Salverda 2010). Steeds meer meiden doen niet alleen maar aan verhuld verzet maar durven ook steeds vaker de beperkingen van thuis openlijk ter discussie te stellen, met alle conflicten als gevolg.

Door de conflicten kan weer huiselijk geweld of eergerelateerd geweld ontstaan, wat een aanleiding kan zijn voor suïcidale gevoelens en suïcidaal gedrag.

Huiselijk geweld

Huiselijk geweld komt in alle kringen voor. Huiselijk geweld is geweld dat in de privésfeer plaatsvindt, gepleegd door partners, ouders, kinderen, andere familieleden en huisvrienden. Het gaat om fysiek, geestelijk en / of seksueel geweld (MOVISIE, 2009). Een vorm van huiselijk geweld is partnergeweld. Net als alle andere jongeren kunnen meiden van Turkse, Marokkaanse en Hindoestaanse afkomst getuigen zijn van geweld tussen hun ouders of een van hun ouders en hun partner. Dit kan ernstige gevolgen hebben. Meiden kunnen onder andere last krijgen van problemen zoals depres¬sie en / of suïcidale gevoelens (MOVISIE, 2009). Meiden van Turkse, Marokkaanse en Hindoestaanse afkomst kunnen ook te maken krijgen met geweld als onderdeel van een autoritaire en traditionele opvoeding. Zo is bekend dat nog steeds een deel van de ouders van migrantenafkomst fysiek geweld een normaal onderdeel vind van de opvoeding van kleine kinderen (Yerden, 2008, 2010). Jongens kunnen ook hier mee te maken krijgen.

Een specifieke vorm van huiselijk geweld, is eergerelateerd geweld. Hiermee bedoelen we alle vormen van dwang, psychisch en fysiek geweld die worden ingezet om eerschending te voorkomen en de geschonden eer te herstellen (Krikke et al. 2000; Bakker, 2005; Boedjarath & Ferber, 2010; Bakker & Felten, 2007; Simsek, 2006; Ermers 2007; Brenninkmeijer, 2009; Descheemaeke et al., 2010).

Seksueel geweld

Een risicofactor voor suïcidaal gedrag is het slachtoffer worden van seksueel geweld (van Bergen 2009). Dit geldt voor alle jongeren en daarmee ook voor meiden van Turkse, Marokkaanse en Hindoestaanse afkomst. Met seksueel geweld wordt bedoeld: seksueel getinte, ongewenste handelingen, zoals aanranding, verkrachting, incest, seksueel misbruik, seksuele intimidatie en maar ook gedwongen prostitutie. Seksueel geweld gaat vaak gepaard met bedreiging en geestelijke mishandeling (zoals kleineren, bedreigen, uitschelden, buitensluiten, chanteren) en / of met fysiek geweld.

Seksueel geweld is moeilijk te bespreken in kringen waar de familie-eer voorop staat. Naar buiten komen met het seksueel geweld schaadt de familie-eer en kan uitmonden in eergerelateerd geweld tegen het slachtoffer. Een meisje uit een familie waarin de familie-eer voorop staat kan in het geval van seksueel geweld geen kant op: ze schaamt zich diep en kan niet met de mensen uit haar omgeving praten over het probleem. Een meisje kan in zo’n situatie suïcidaal gedrag vertonen omdat ze geen uitweg meer ziet (van Bergen, 2009; van Dijke & Terpstra, 2010).

Problemen in de liefde

Meiden uit kringen waarin de familie-eer van belang is, zoals vaak voorkomt in Turkse, Hindoestaanse of Marokkaanse kringen mogen vaak geen verkering hebben vanuit huis. Openlijk omgaan, flirten en daten met jongens is meestal niet toegestaan. Toch worden meiden verliefd en experimenteren ze met relaties. Er kunnen natuurlijk problemen ontstaan in deze prille relaties: het kan gaan om ruzies in de relatie maar ook om liefdesverdriet. Tevens kan er sprake zijn van fysiek, psychisch of seksueel geweld. Thuis kunnen ze niet aankomen met deze problemen: de relatie moet immers geheim blijven. Ook hulp vragen bij een vriendin is risicovol: zij kan het weer aan andere doorvertellen waardoor er roddels ontstaan.

Hierdoor kunnen meiden lang met deze problemen in hun eentje blijven rondlopen en zich zelf isoleren waardoor depressieve en / of suïcidale gevoelens ontstaan. Dit risico is nog groter voor meiden die verliefd worden op meiden; lesbische relaties zijn namelijk nog veel meer taboe dan heterorelaties voor het (hetero)huwelijk.

Druk om te presteren

De druk om goed te presteren op school of in het wek kan in Hindoestaanse maar ook in andere gezinnen erg groot zijn, waardoor meisjes in het nauw komen (Boedjarath & Ferber, 2010). Binnen Hindoestaanse gezinnen kan vooral de druk om goede cijfers halen erg groot zijn.

Gebrek aan affectie in het gezin

Hindoestaanse families worden vooral vaak getypeerd als eenheden met sterke onderlinge familiebanden, maar er kan juist ook sprake zijn een gebrek was aan affectie en geborgenheid (van Bergen, 2009). Ook van sommige Hindoestaanse meisjes zelf is het een klacht dat ouders niet naar hen luisteren, niet met hen praten, geen rekening houden met hun behoeften en geen belangstelling tonen voor wat hen bezighoudt (Salverda, 2010). Meiden wachten soms hopen tevergeefs op steun, aanmoediging, bevestiging, genegenheid en begrip aan de kant van hun ouders (Salverda 2004). Het lijkt er op dat het gebrek aan affectie in gezinnen niet alleen speelt in Hindoestaanse gezinnen maar ook in Turkse, Marokkaanse, autochtonen en andere gezinnen.

Culturele overleveringen over zelfmoord

In sommige culturen zijn er eeuwenoude verhalen en tradities ten aanzien van zelfmoord die zelfmoord kunnen verheerlijken of aanmoedigen. Het gaat bijvoorbeeld om culturele overlevering ten aanzien van zelfmoord, zoals ‘suttee’ of zelfverbranding door weduwen in India. Zelfmoord voor Hindoestaanse vrouwen wordt hierdoor soms als passend gedragsalternatief gepresenteerd (van Bergen 2009). Bollywoodfilms lijken deze culturele overleveringen blijvende bekendheid te geven (Boedjarath & Ferber, 2010).